Als je moeite hebt met automatiseren van handelingen, kun je gemakkelijk in een negatieve loop terechtkomen. Vaak begint het leerproces nog gewoon met enthousiasme. Je probeert iets, doet het nog eens en verwacht dat het na verloop van tijd makkelijker zal worden. Zo werkt leren meestal: eerst kost iets veel bewuste aandacht, daarna steeds minder, totdat je het bijna vanzelf doet.
Wanneer automatiseren bij jou moeizamer verloopt, komt dat proces minder vanzelf op gang. Je weet inmiddels precies hoe iets moet, maar je lichaam lijkt die kennis niet automatisch over te nemen. Iedere keer moet je opnieuw nadenken, bijsturen en opletten. Dat kost energie en kan enorm frustrerend zijn.
Het is belangrijk om dat van jezelf te weten. Sommige handelingen kosten jou nu eenmaal meer aandacht dan andere mensen. Zeker wanneer je moe, gespannen of overprikkeld bent, kan iets wat je normaal redelijk kunt ineens weer veel moeilijker worden. Daar mag je jezelf in ontlasten. Je hoeft niet voortdurend van jezelf te verwachten dat je iets even snel of vanzelfsprekend doet als een ander.
Tegelijkertijd ligt daar ook een risico. Moeite hebben met automatiseren betekent niet dat je helemaal niets kunt automatiseren. Het is geen alles-of-nietsverhaal. Het betekent ook niet dat je iedere handeling je hele leven volledig op denkkracht moet blijven uitvoeren.
Kijk gedurende een gewone dag maar eens naar wat er al vanzelf gaat. Er zijn waarschijnlijk allerlei bewegingen, routines en handelingen waarbij je nauwelijks meer hoeft na te denken. Misschien ben je er bewuster bij dan gemiddeld, maar er is wel degelijk iets aangeleerd. Ieder mens en ieder dier beschikt over het vermogen om patronen en handelingen te automatiseren. Bij jou gaat dat misschien langzamer, minder stabiel of alleen onder bepaalde omstandigheden, maar het vermogen is er wel.
Wanneer je vertrouwen verdwijnt
Ik merk dat het funest kan zijn wanneer je steeds minder gaat vertrouwen op je eigen vermogen om iets te leren. Je probeert het misschien nog wel, maar je probeert het met de verwachting dat het toch weer zal mislukken. Je denkt: mijn lichaam gaat dit toch niet onthouden, mijn motorische systeem werkt toch niet mee of ik zal het wel nooit automatisch kunnen.
Daardoor verandert ook de manier waarop je oefent. Misschien haak je eerder af. Misschien blijf je juist heel hard doorgaan, maar wel gespannen en voortdurend controlerend. Je probeert dan vooral te voorkomen dat het misgaat, in plaats van je systeem de kans te geven om de handeling werkelijk eigen te maken.
Wanneer je brein steeds opnieuw de boodschap krijgt dat het niet op je uitvoering kan vertrouwen, kan het juist moeilijker worden om nieuwe verbindingen te leggen. Je denken neemt alles over. Iedere beweging wordt gecontroleerd en gecorrigeerd. Daardoor ontstaat nauwelijks ruimte voor het lichaam om zelf een patroon te ontwikkelen.
Zo kan er een negatieve loop ontstaan. Omdat automatiseren moeilijk gaat, ga je meer nadenken. Omdat je meer nadenkt, krijgt je automatische systeem minder ruimte. Vervolgens lukt het automatiseren nog minder goed en groeit je overtuiging dat je het blijkbaar niet kunt.
Ontlasten zonder alles te vermijden
De moeilijke afweging is dat je jezelf aan de ene kant ruimte wilt geven. Je hoeft geen prestaties van jezelf te verwachten op momenten waarop je daar simpelweg de mentale capaciteit niet voor hebt. Soms heb je ondersteuning nodig. Soms is het verstandig om een taak anders in te richten, hulpmiddelen te gebruiken of iets tijdelijk niet te doen.
Aan de andere kant wil je ook niet alles gaan vermijden wat moeite kost. Want wanneer je een handeling nauwelijks meer uitvoert, krijgt je systeem ook geen kans om ermee vertrouwd te raken. Het gevaar is dat je steeds minder op je eigen lichaam, motoriek of uitvoering gaat vertrouwen.
Dat gebeurt meestal niet bewust. Je besluit niet op een ochtend dat je voortaan niets meer wilt automatiseren. Het ontstaat langzaam, door herhaalde frustratie en teleurstelling. Totdat je op een gegeven moment merkt dat je al gespannen raakt voordat je überhaupt begonnen bent.
Juist dat bewustzijn kan een nieuw begin zijn. Je kunt dan weer rustig tegen jezelf zeggen: ik vind dit moeilijk, maar dat betekent niet dat ik het helemaal niet kan leren. Misschien heb ik meer tijd nodig. Misschien moet ik kleinere stappen nemen. Misschien lukt het vandaag minder goed dan gisteren. Maar mijn systeem is niet volledig onbetrouwbaar.
Dat is iets anders dan jezelf overschreeuwen met de boodschap dat je alles kunt en geen hulp nodig hebt. Het gaat om een rustig vertrouwen. Niet bewijzen dat je geen beperkingen hebt, maar ruimte houden voor ontwikkeling.
Goede begeleiding kan het verschil maken
Wanneer je merkt dat je telkens opnieuw in deze loop vastloopt, kan goede coaching veel verschil maken. Iemand kan je helpen onderzoeken wanneer je moet doorzetten, wanneer je juist moet vertragen en hoe je kunt oefenen zonder jezelf voortdurend onder druk te zetten.
Zoek daarbij wel iemand die werkelijk begrijpt wat moeite met automatiseren betekent. Iemand die ziet hoeveel aandacht en energie bepaalde handelingen jou kosten, maar die je ook niet vastzet in het idee dat je niets kunt leren. Een goede coach werkt niet alleen een standaard stappenplan af, maar kijkt naar jou, je belastbaarheid en de manier waarop jouw systeem leert.
Volg daarin ook je gevoel. Je hebt iemand nodig bij wie je je serieus genomen voelt en bij wie er ruimte is voor wat moeilijk gaat én voor wat nog kan groeien.
